De emelt is de larve van de langpootmug en komt veel voor in tuinen en graslanden. Het is een zogenoemde polyfage larve: hij eet van veel verschillende planten. Vooral jonge kiemplantjes zijn kwetsbaar. De schade ontstaat meestal doordat de emelt de ondergrondse stengeldelen aanvreten, waardoor planten ineens verwelken of omvallen. Soms knabbelen ze ook aan bovengrondse stengels en bladeren.
Emelten leven in de bodem en zijn vooral actief bij vochtig weer. Ze kunnen in korte tijd flinke schade aanrichten, zeker in pas ingezaaide bedden of bij jonge aanplant. Toch horen ze ook bij het natuurlijke bodemleven en maken ze deel uit van het voedselweb.
Wie ruimte laat voor natuur, krijgt vaak ook hulp bij het in toom houden van plagen. Zo eten mollen graag emelten. Hoe vervelend mollengangen en -hopen soms ook zijn, ze leveren daarmee wel een nuttige bijdrage. Ook vogels weten emelten goed te vinden, al kunnen zij op hun beurt weer andere schade veroorzaken.
Daarnaast kunnen aaltjes (nematoden) worden ingezet. Deze natuurlijke bodemorganismen parasiteren op emelten en helpen zo om de populatie te verminderen. Ze werken het best in een vochtige bodem en bij de juiste temperatuur.
Door te zorgen voor een levendige, gevarieerde tuin met ruimte voor natuurlijke vijanden, blijft de schade door emelten meestal binnen de perken.