Bij jonge fruitbomen is snoei vooral gericht op het opbouwen van een goede, sterke basis. Daarbij streef je ernaar om per niveau drie tot vier goed geplaatste gesteltakken te vormen. Dit zijn stevige, bij voorkeur horizontaal groeiende takken die samen het raamwerk van de boom vormen.
Soms is het zinvol om tijdelijk wat fijn hout met vruchtknoppen te laten staan. Dat kan zorgen voor een eerste, bescheiden oogst en helpt je beter te zien hoe de boom groeit. Dit hout kun je het jaar daarop alsnog wegsnoeien, zodra de gesteltakken goed zijn ontwikkeld.
Gesteltakken blijven in principe het hele leven van de boom aanwezig. Ze bepalen niet alleen de vorm, maar ook de stabiliteit en de lichtverdeling in de kroon. Door in de eerste jaren zorgvuldig te snoeien, leg je de basis voor een gezonde boom die makkelijk te onderhouden is en jarenlang betrouwbaar vrucht draagt.