Groenbemesters

Groentebedden staan regelmatig tijdelijk leeg: de oogst is binnen, of het volgende gewas moet nog de grond in. In ons klimaat blijft kale grond nooit lang kaal. Voor je het weet neemt ongewenst groen het over. Door bewust te kiezen voor biologische groenbemesters houd je zelf de regie over wat er groeit.

Groenbemesters zijn snelgroeiende planten die je niet oogst, maar uiteindelijk onderwerkt in de grond. Ze voeden niet jou, maar de bodem – en dat betaalt zich later dubbel en dwars terug.

Wat doen groenbemesters voor je bodem?
  • Ze groeien snel en onderdrukken onkruid.
  • Ze vragen weinig voeding en kunnen dicht op elkaar groeien.
  • Hun wortels maken zware grond los en houden lichte grond bij elkaar.
  • Ze stimuleren het bodemleven: schimmels, bacteriën en kleine beestjes blijven actief.
  • Ze verbeteren de structuur en beluchting, waardoor regenwater beter infiltreert zonder voeding weg te spoelen.
  • Ze helpen erosie door wind en kou te beperken.
  • Sommige soorten brengen stikstof in de bodem, belangrijk voor bladgewassen zoals prei, selderij, andijvie en sla.
  • Bloeiende groenbemesters trekken bijen, hommels en zweefvliegen aan, wat gunstig is voor bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding.

Na het afsterven of onderwerken vormen blad en wortels ter plekke compost: eerst snelle voeding, later humus voor langdurige bodemvruchtbaarheid.

Extra voordelen
  • Minder behoefte aan mest en minder druk op de composthoop.
  • Ze zijn mooi om te zien en vergroten de biodiversiteit.
  • Veel soorten kun je zaaien van het vroege voorjaar tot diep in de herfst.
  • Ze besparen werk: spitten en bemesten is vaak minder nodig.
  • Lastige of verwaarloosde stukken grond? Zaai er een groenbemester op.
  • Ze bieden schuilplekken voor nuttige dieren die plagen helpen beperken.
Bekende groenbemesters

Globaal kun je onderscheid maken tussen:

Wintergroenbemesters

  • winterrogge
  • raaigras
  • veldbonen
  • luzerne (alfalfa)

Zomergroenbemesters

  • phacelia
  • bladrammenas
  • boekweit
  • borage (komkommerkruid)
  • mosterd
  • koolzaad
  • lupine
  • rode klaver

(Let op: deze indeling is niet strikt. Koolzaad en phacelia kun je bijvoorbeeld ook tot in de vroege herfst zaaien.)

Zaaien en verwerken

Zaai groenbemesters breedwerpig op schone, licht vochtige grond en hark het zaad oppervlakkig in. Laat het gewas groeien tot het in bloei komt of tot je het bed weer nodig hebt.
Voor zware grond geldt: in het najaar altijd verwerken.
Maai het gewas eerst af en laat het een paar dagen verwelken. Daarna kun je het:

  • afvoeren naar de composthoop,
  • verhakselen, of
  • onderwerken in de grond.


Bij granen en raaigrassen is het belangrijk de wortels diep onder te werken. Wacht daarna ongeveer drie weken met zaaien of planten, omdat de vertering tijdelijk stikstof kan onttrekken.
Uittrekken kan ook: snijd of hak het wortelgestel af, verdeel het groen over het bed en laat regenwormen en bodemleven het werk doen.

Met groenbemesters werk je niet tegen de natuur in, maar samen met de bodem. Dat levert gezondere grond, sterkere planten en uiteindelijk een betere oogst op.