Loodglans is een ernstige aantasting die vooral voorkomt bij pruimen en kersen, maar soms ook bij appel- en perenbomen. De ziekte is goed te herkennen aan het blad: dat krijgt een matte, flets grijsgroene glans, alsof er een waas overheen ligt. Het normaal heldergroene blad oogt dof en ongezond.
Het aangetaste blad voelt hard, stijf en bros aan. Snijd je een zieke tak door, dan is het hout vaak bruin tot violet verkleurd. Bij warm en vochtig weer kunnen zich op de takken paarse vruchtlichamen ontwikkelen. Deze verschijnen meestal later in het seizoen en verspreiden in de herfst en winter grote hoeveelheden sporen.
De veroorzaker van loodglans is de paarse korstzwam, ook wel loodglanszwam genoemd. Dit is een wondparasiet: hij kan alleen binnendringen via beschadigingen, zoals snoeiwonden. Gezond, onbeschadigd hout wordt niet geïnfecteerd. De zwam kan echter ook leven op dood en gesnoeid hout, waardoor achtergebleven snoeihout een belangrijke besmettingsbron vormt.
Loodglans is niet te genezen. Aangetaste takken moeten direct worden verwijderd en afgevoerd. Laat je ze zitten, dan kan binnen korte tijd – soms al binnen een week – de hele boom geïnfecteerd raken. Is ook de stam aangetast, dan rest vaak niets anders dan het rooien van de gehele boom. De ziekte komt het vaakst tot uiting rond juli, wanneer de groei actief is.
Loodglans vraagt vooral om preventie. Snoei steenvruchten bij voorkeur direct na de oogst, in de zomer. Snoeiwonden genezen dan sneller, waardoor de kans op infectie kleiner wordt. Vermijd snoei in de winter, wanneer wonden langer open blijven.
Zorg daarnaast voor een vitale boom. Een goede bodemstructuur, voldoende lucht in de grond en een gezonde waterhuishouding helpen bomen weerbaarder te maken. Ruim altijd snoeihout direct op en laat het niet op of naast de tuin liggen.
Met zorgvuldig snoeien en goed onderhoud verklein je de kans op loodglans aanzienlijk en houd je je fruitbomen zo gezond mogelijk.