Magnesiumgebrek kan bij veel verschillende planten voorkomen en uit zich niet bij elke soort op dezelfde manier. Het treedt vaak laat in het groeiseizoen op, wanneer planten al veel voedingsstoffen hebben verbruikt.
Een typisch kenmerk van magnesiumgebrek is de vergeling tussen de nerven van het blad. Dit geeft een duidelijk marmerachtig patroon. De nerven zelf blijven groen, net als het blad direct rondom de nerven. Dit onderscheidt magnesiumgebrek van andere voedingsgebreken. De klachten beginnen meestal bij de oudere bladeren, omdat magnesium een mobiel element is dat door de plant wordt verplaatst naar jongere delen.
Magnesium speelt een belangrijke rol bij de fotosynthese en is een bouwsteen van bladgroen. Een tekort kan leiden tot verminderde groei, lagere opbrengst en een minder vitale plant. Magnesiumgebrek komt vaker voor op gronden waar veel kalium aanwezig is of waar voedingsstoffen snel uitspoelen.
Bij vastgestelde tekorten kan een magnesiumgift helpen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van magnesiumzout (bitterzout), opgelost in water en toegepast via de bodem of als bladbespuiting. Daarnaast helpt het om te zorgen voor een goede bodemstructuur en evenwichtige bemesting, zodat voedingsstoffen beter beschikbaar blijven voor de plant.