Mol

De mol roept vaak gemengde gevoelens op in de tuin, maar eigenlijk is het een nuttig dier. Hij leeft ondergronds en eet niet alleen regenwormen, maar ook engerlingen, veenmollen, ritnaalden en emelten. Daarmee helpt de mol om schadelijke insectenpopulaties in balans te houden. Bovendien zorgt zijn gegraaf voor verluchting van de bodem, wat de structuur ten goede komt.

Dat neemt niet weg dat molshopen op gazons en paden als hinderlijk kunnen worden ervaren. Wie de mol wil ontmoedigen, kan een aantal diervriendelijke maatregelen proberen. Zo kun je een lege fles schuin in een mollengang plaatsen; door de wind ontstaat een fluitend geluid waar mollen een hekel aan hebben. Ook helpt het om gangen regelmatig dicht te trappen, zodat de mol merkt dat de plek onrustig is.

 

Daarnaast worden sterke geuren vaak gemeden. Uiensnippers of een teentje knoflook in de opening van een molshoop kunnen effect hebben. Hetzelfde geldt voor het planten van keizerskronen (Fritillaria imperialis), waarvan de geur mollen zou afschrikken.

Volledig verdwijnen doen mollen zelden, en dat hoeft ook niet. Met wat begrip en een paar eenvoudige ingrepen is samenleven vaak goed mogelijk – en profiteert de tuin van hun ondergrondse werk.