De meeste fruitbomen bestaan uit twee delen: de onderstam en de daarop geënte fruitvariëteit. De onderstam bepaalt onder andere de groeikracht, de uiteindelijke grootte van de boom en soms ook de weerstand tegen ziekten. De geënte variëteit zorgt voor de vruchten die je wilt oogsten. De onderstam zelf draagt geen eetbare vruchten.
Soms ontstaan er scheuten die onder de entplaats uit de onderstam groeien. Deze takken herken je vaak aan hun sterke groei en afwijkende blad. Het is belangrijk om ze volledig te verwijderen, omdat ze energie wegtrekken bij de fruitdragende delen van de boom en de gewenste variëteit kunnen verdringen.
Knip zulke scheuten zo laag mogelijk weg. Lukt dat niet, dan kun je ze afsteken met een spa, zodat ze inclusief hun groeipunt verdwijnen. Hoe eerder je dit doet, hoe beter. Regelmatig controleren en ingrijpen houdt de boom gezond en zorgt ervoor dat alle energie naar bloei en vruchtvorming gaat.