De perengalmug veroorzaakt een aantasting die ook wel bekendstaat als dikkoppen. Die naam verwijst naar de opvallend verdikte jonge perenvruchtjes die al vroeg in het seizoen zichtbaar worden. Deze vruchtjes groeien afwijkend omdat ze gevuld raken met de larven van de perengalmug.
De perengalmug zelf is een klein insect van ongeveer 4 millimeter. Het vrouwtje beschikt over een lange legbuis waarmee zij haar eitjes diep in de bloemknoppen kan afzetten, meestal in zogenoemde gemengde knoppen. In de aangetaste vruchtjes ontwikkelen zich meerdere witte larven, die bij het opensnijden duidelijk zichtbaar zijn en ongeveer 5 millimeter lang worden. De aangetaste vruchten vallen meestal al vóór de junirui van de boom.
De perengalmug kent één generatie per jaar. Vanaf maart verschijnen de volwassen muggen. Na de paring worden de eitjes in de knoppen gelegd. In april en mei groeien de larven in de jonge vruchtjes. Begin juni vallen deze voortijdig af. De larven verlaten dan de vrucht en kruipen de grond in, waar ze zich inspinnen in een cocon. Daar overwinteren ze tot het volgende voorjaar.
De meest effectieve maatregel is helaas ook de meest arbeidsintensieve. Door aangetaste vruchtjes (dikkoppen) zo vroeg mogelijk te verwijderen en te vernietigen, liefst direct na de zetting en vóór de rui, wordt voorkomen dat larven de grond bereiken. Zo verklein je de populatie voor het volgende jaar aanzienlijk. Regelmatige controle van jonge perenbomen helpt om de aantasting tijdig te signaleren en in te grijpen.