Slakken horen bij het tuinleven, maar ze kunnen ook flink wat schade aanrichten in de (moes)tuin. Elk jaar duiken ze weer op, vooral in natte en zachte periodes. Volledig verdwijnen doen ze niet, maar met een ecologische aanpak kun je de schade wel beperken. Velt geeft daarvoor een aantal praktische tips die goed passen bij natuurvriendelijk tuinieren.
Een eerste stap is het aanleggen van hindernissen waar slakken niet graag overheen kruipen. Denk aan fijngemaakte eierschalen of schelpen, cacaodoppen, hennepstrooisel of koffieprut. Ook een scherpe rand, bijvoorbeeld van een doorgesneden plastic fles rondom jonge planten, kan effectief zijn.
Daarnaast helpt het om te zorgen voor een droge toplaag van de bodem. Slakken verplaatsen zich moeilijk over droge grond. Door regelmatig oppervlakkig te schoffelen droogt de bovenste laag sneller op. Een dun laagje droog, fijn grasmaaisel kan ook helpen: het beschermt de bodem én maakt het slakken lastiger.
Natuurlijke vijanden spelen eveneens een rol. Egels zijn echte slakkeneters en helpen graag een handje mee. Door de tuin niet te strak op te ruimen en schuilplekken te laten, maak je de tuin aantrekkelijk voor deze helpers. Kippen eten ook slakken, maar die zijn op ons complex niet toegestaan.
Een bekende methode is het lokken met bruin bier. Graaf een bekertje in de grond met de rand gelijk aan het maaiveld en vul het met bier. Plaats er een afdakje boven zodat regen het niet verdunt. Slakken worden aangetrokken door de geur en vallen erin.
Tot slot blijft handmatig rapen een effectieve methode. Vooral ’s avonds of bij vochtig weer zijn slakken goed te vinden, eventueel met een zaklamp. Je kunt ze verplaatsen naar een ruig stukje verderop, zodat ze niet meteen terugkeren.
Slakken volledig bestrijden is niet realistisch, maar door slim te combineren en de natuur een handje te helpen, blijft de schade meestal binnen de perken.