De snoeitijd van fruitbomen verschilt per soort en heeft grote invloed op groei, gezondheid en opbrengst. Het is daarom belangrijk om te weten wanneer je snoeit en waarom.
Steenvruchten zoals pruimen, kersen, nectarine en abrikoos snoei je bij voorkeur aan het einde van de zomer, direct na de oogst. In deze periode genezen snoeiwonden sneller en is de kans op aantastingen, zoals schimmels en bacterieziekten, aanzienlijk kleiner.
Pitvruchten zoals appels en peren worden meestal in de winter gesnoeid. Kies daarbij altijd een vorstvrije dag. Snoeien bij strenge vorst kan schade veroorzaken en zorgt voor slecht genezende wonden. Wintersnoei is vooral geschikt om de boomstructuur te verbeteren en nieuwe groei te stimuleren.
Het moment van snoeien beïnvloedt de groeikracht van de boom. Wintersnoei stimuleert de groei, terwijl zomersnoei de groei afremt. Bomen die erg sterk groeien, kun je daarom het beste laat in de winter of in de zomer snoeien om ze beter in balans te brengen.
Door het juiste snoeimoment te kiezen, houd je fruitbomen gezond, overzichtelijk en productief. Een goed gesnoeide boom vraagt bovendien minder onderhoud en levert jarenlang beter fruit.