In de winter, wanneer er weinig natuurlijk voedsel beschikbaar is, gaan konijnen, hazen en reeën op zoek naar alternatieven. Jonge fruitbomen zijn dan een aantrekkelijk doelwit. Ze knabbelen aan de bast, vooral aan de onderste delen van de stam. Kleine vraatplekken kan een boom meestal zelf herstellen door nieuw bastweefsel aan te maken.
Wordt echter de bast volledig rondom of over een groot deel van de stam weggegeten, dan raakt de sapstroom verstoord. In dat geval sterft de boom vaak af en is herstel niet meer mogelijk. Vooral jonge bomen zijn hier kwetsbaar voor, zeker in strenge winters.
Om schade te voorkomen is het verstandig om jonge stammen tijdig te beschermen. Hiervoor zijn speciale boombeschermers of manchetten verkrijgbaar die rondom de stam worden geplaatst. Deze vormen een fysieke barrière tegen vraat.
Let er wel op dat deze bescherming niet te lang blijft zitten. Controleer regelmatig of de stam niet ingroeit en verwijder of verruim de bescherming op tijd. Te strak zittende manchetten kunnen bovendien een schuilplek vormen voor bloedluis en andere plagen. Door alert te blijven en bescherming goed te beheren, vergroot je de overlevingskans van jonge fruitbomen aanzienlijk.