Dat heeft direct effect. Waar gemaaid gras weinig te bieden heeft, ontstaat in ongemaaide stukken een heel ander beeld: margrieten, klavers, distels en andere bloeiende planten verschijnen vanzelf. En waar bloemen groeien, volgen insecten. Bijen, hommels, vlinders en andere bestuivers vinden er nectar en schuilplekken. Op hun beurt trekken die weer vogels en andere dieren aan. Zo ontstaat stap voor stap meer leven.
Biodiversiteit klinkt misschien als een groot woord, maar het komt neer op een simpele gedachte: hoe meer verschillende soorten planten en dieren, hoe sterker en gezonder het geheel. Een soortenrijke tuin is beter bestand tegen plagen, ziekten en extreme weersomstandigheden. Bovendien zorgt variatie voor balans. Niet één soort overheerst, maar alles houdt elkaar min of meer in evenwicht.
De Werkgroep Soortenrijk kijkt daarom niet alleen naar losse stukken, maar naar het terrein als geheel. Waar kan het wat ruiger? Waar is juist onderhoud nodig? En hoe sluiten verschillende delen op elkaar aan? Door die samenhang in de gaten te houden, wordt biodiversiteit geen los project, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het tuinieren op de vereniging.