De wilde eend is een vertrouwde verschijning in het Nederlandse landschap en voelt zich overal thuis waar water is. Met zijn groene kop en witte halsring is het mannetje makkelijk te herkennen; het vrouwtje heeft een bruin gevlekt verenkleed dat haar goed camoufleert tussen riet en oeverplanten.
Wilde eenden leven van een gevarieerd menu. Ze eten waterplanten, zaden en gras, maar ook insecten, slakken en kleine waterdiertjes. Foerageren doen ze vaak al slobberend in ondiep water, waarbij ze met hun achterlijf omhoog en de kop onder water naar voedsel zoeken.
In het voorjaar broeden wilde eenden op beschutte plekken, vaak dicht bij water. Het nest ligt goed verstopt in hoge begroeiing. Na het uitkomen volgen de kuikens de moeder vrijwel direct naar het water, waar ze zelfstandig voedsel leren zoeken. In deze periode zijn eenden extra kwetsbaar en zoeken ze rust.
De aanwezigheid van wilde eenden wijst op een waterrijke en groene omgeving. Ze horen bij het dagelijkse leven rond sloten, vijvers en plassen en brengen met hun rustige gedrag en zachte gekwaak een herkenbare sfeer met zich mee.
Foto’s: Helen Lind