Wisselteelt

Wisselteelt is een belangrijk principe binnen de moestuin. Door gewassen elk jaar naar een ander vak te verplaatsen, voorkom je dat de bodem eenzijdig wordt belast en dat ziekten en plagen zich opbouwen. Daarnaast helpt wisselteelt om voedingsstoffen in de grond beter in balans te houden, omdat niet elk gewas dezelfde behoeften heeft.

Bij een wisselteelt van 3 jaar verdeel je de moestuin meestal in drie hoofdgroepen:

  • Bladgewassen (zoals sla, kool en spinazie)
  • Vruchtgewassen (zoals tomaat, courgette en pompoen)
  • Wortel- en knolgewassen (zoals wortel, ui en aardappel)

Elk jaar schuiven de gewassen één vak door. Zo komt eenzelfde gewasgroep pas na drie jaar weer op dezelfde plek terug. Dit systeem is overzichtelijk en geschikt voor kleinere tuinen, maar vraagt wel extra aandacht bij ziektegevoelige gewassen, zoals kool en aardappel.

 

Bij een wisselteelt van 6 jaar werk je met fijnere indeling en meer afstand in de tijd. De tuin wordt verdeeld in zes vakken, vaak met aparte groepen zoals:

  • peulgewassen
  • koolgewassen
  • bladgewassen
  • vruchtgewassen
  • wortel- en knolgewassen
  • rust- of groenbemestingsvak


Doordat een gewas pas na zes jaar op dezelfde plek terugkomt, krijgen bodemgebonden ziekten en plagen veel minder kans. Dit systeem is vooral geschikt voor grotere tuinen en voor tuinders die structureel en planmatig werken.

Welke vorm je kiest, hangt af van de grootte van de tuin en hoeveel overzicht je wilt houden. In beide gevallen geldt: wisselteelt zorgt voor een gezondere bodem, sterkere planten en op de lange termijn een betere oogst.